
De TA Luft (Technische Aanwijzingen voor Luchtzuiverheid) is complex en omvat ruim 500 pagina’s. Voor exploitanten van installaties betekent dit veel strengere eisen. Wat verandert er precies? Voor welke installaties geldt dit? Wat moet je doen en wie kan je ondersteunen bij conforme uitvoering? Dit artikel geeft actuele informatie en mogelijke oplossingen om aan de nieuwe eisen te voldoen.
De Technische Anleitung zur Reinhaltung der Luft (TA Luft) stelt grenswaarden vast voor emissies en immissies van schadelijke stoffen en vormt de belangrijkste uitvoeringsvoorschrift van de Duitse Wet op de bescherming tegen immissie. TA Luft is bedoeld om mens en milieu te beschermen tegen vervuiling door technische installaties en bevat onder andere rekenvoorschriften voor luchtvervuilende stoffen. Dit zorgt voor een landelijke, wettelijke regulering van emissies door industriële installaties. De sinds 1 december geldende TA Luft 2021 kent strengere emissiewaarden voor onder andere chemische en organische stoffen, en bevat extra richtlijnen voor metingen, normen en afstandswaarden.

De herziening van de TA Luft is van groot belang voor de hele industrie. Deze regeling bepaalt de vergunningverlening, wijzigingen en de exploitatie van industriële installaties. Op dit moment is de regeling relevant voor meer dan 50.000 vergunningsplichtige installaties in alle sectoren.
Beheerders van bestaande installaties moeten binnen 4-5 jaar de emissiebescherming aanpassen aan de actuele stand van de techniek en de beste beschikbare technieken (BBT).
De voorschriften voor immissiebescherming zijn aanzienlijk aangescherpt.
Grenswaarden voor nieuw te vergunnen installaties moeten bij ingebruikname voldoen aan de actuele techniek.
Installatiebeheerders zijn verplicht het dichtheidsbewijs rekentechnisch te onderbouwen.
De regelgeving geldt ook voor enkele honderdduizenden niet-vergunningsplichtige installaties en treft veel kleine en middelgrote ondernemingen.

Voorheen waren alleen afdichtingsfabrikanten verplicht het dichtheidsbewijs volgens TA Luft te leveren. Met de nieuwe versie moeten installatie-eigenaren het TA Luft-bewijs voor hun flensverbinding verzorgen. Dit gebeurt via de berekening van de dichtheid volgens EN 1591-1 en bijbehorende afdichtingskenwaarden uit EN 13555. Dit geldt ook voor metalen RTJ- en lensafdichtingen. Als een flensverbinding niet berekenbaar is volgens EN 1591-1, zoals bij kunststof- of emaillen flenzen, is een componenttest vereist.
De belangrijkste vernieuwing voor statische afdichtingen in sectie '5.2.6.3 Flensverbindingen': installatie-eigenaren mogen uitsluitend "technisch dichte flensverbindingen" toepassen. Volgens TA Luft 2021 voldoen alleen afdichtingen voor technisch dichte flensverbindingen aan dichtheidsklasse L0,01 met een lekkagesnelheid onder 0,01 mbar l/s m bij testmedium helium.
ERIKS is een fabrikant van afdichtingen en kleppen voor TA-Luft eisen.
Ontwikkeling, productie en levering van klantspecifieke afdichtingen, eigen merken en bekende A-merk-kleppen
Voldoen aan de eisen volgens TA-Luft
Levering van een compleet servicepakket van flensarmaturen met bijpassende afdichtingen voor leidingen en berekeningen volgens de nieuwste TA-Luft eisen voor het dichtheidsbewijs
Kamprofiel-, RTJ-, spiraal-, grafiet-, zacht materiaal, rubberstaal-, metaal- en PTFE-afdichtingen

Voor flensverbindingen met metalen afdichtingen, zoals RTJ- of lensafdichtingen, dient nu volgens richtlijn VDI 2290 te worden gewerkt, mits geschikte afdichtingskenwaarden kunnen worden vastgesteld. De VDI 2290 vult de TA Luft aan en definieert de criteria voor een technisch dichte flensverbinding voor vloeibare en gasvormige media. Elke inbouwsituatie moet daarbij individueel worden beoordeeld. De berekening vindt plaats volgens DIN EN 1591-1. Ook moeten de betreffende afdichtingskenwaarden volgens DIN EN 13555 worden bepaald. Hiertoe behoren onder andere de kenwaarden voor de vereiste of toegestane oppervlaktebelasting en kruiprelaxatiefactoren.
Eigen AMTEC-testbank voor het bepalen van kenwaarden volgens EN13555
Berekening van de sterkte van de flenzen en het bepalen van de aandraaimomenten
Dichtheidsbewijs volgens DIN EN 1591-1
Documentatie van de berekeningen voor het TÜV-keuringsinstituut
Bepaling van het afdichtingsgedrag volgens VDI 2440/2200
Als de berekening volgens EN 1591-1 niet mogelijk is, moet de lekdichtheid van de flens inclusief samenstelling worden aangetoond door middel van een componententest. Dit houdt laboratoriumtests in met dichtheidsklasse L0,01/lekkagesnelheid van 0,01 mbar l/s m onder reële bedrijfsomstandigheden, bijvoorbeeld bij daadwerkelijke bedrijfsdrukken en -temperaturen. Ook dit is een aanzienlijke aanscherping ten opzichte van de vorige TA Luft, omdat het nu voor alle niet-metalen flenzen geldt.
Gezamenlijk oplossingen vinden voor niet-berekenbare flenzen
Bewijs van dichtheid voor alle niet-metalen flenzen
Bewijs van dichtheid is reeds bepaald voor bijvoorbeeld met glas beklede flenzen


Volgens TA Luft 2021 mogen in de toekomst alleen monteurs die aantoonbaar zijn gekwalificeerd volgens DIN EN 1591-4 flenzen installeren. De DIN EN 1591-4 definieert hiervoor exacte opleidingsinhouden in verschillende opleidingsniveaus. Elke monteur moet op het basisniveau worden geschoold en getoetst. Daarnaast moeten montage-instructies, controle, onderhoud en richtlijnen voor kwaliteitscontrole schriftelijk worden gedocumenteerd volgens VDI-richtlijn 2290.
Gecertificeerde scholing van montageteams volgens EN 1591-4
Toezicht op de montage door gekwalificeerd personeel
Documentatie van montage- en overdrachtsprotocollen
Coördinatie van het toezicht met de klant
Wilt u meer informatie ontvangen? Vul uw gegevens in en geef aan waar u meer informatie over wenst te ontvangen, of stel uw vraag. Het formulier komt binnen bij onze specialisten en u ontvangt zo snel mogelijk een reactie.